|
Tijdens een zomervakantie maakt Hawa
Coulibaly voor het eerst van haar leven een buitenlandse reis naar een
Nederlands stel dat zij heeft leren kennen in haar thuisland, Mali. Hoe moet het
zijn om van een straatarm land te belanden in een schatrijk land?
Er zit een snee brood met pindakaas in
mijn tas. Ze kan wel honger hebben en wat kan ze dan het beste eten? Al het eten
hier is haar vreemd, zelfs een broodje kaas kent ze niet. Alleen patat met
pindasaus zou voor haar bekend kunnen zijn. In Mali worden aardnoten verbouwd
die daar worden geroosterd en per hoopje verkocht. Of ze worden gestampt tot een
pasta die als pindasaus bij de rijst gegeten wordt een zondagse maaltijd en voor
de meeste Malinezen een feestmaal.
Met rake observaties wordt de lezer in deze op waargebeurde belevenissen
gebaseerde roman meegenomen in de contrastrijke wereld van arm en rijk.
Bernadette de Boer werd via SNV
(Stichting Nederlandse Vrijwilligers) uitgezonden naar Mali. Van 1980 tot 1986
werkte zij er als wijkverpleegkundige in de basisgezondheidszorg. Nu is
Bernadette de Boer als docent verpleegkunde verbonden aan het ROC Midden
Nederland te Utrecht.
Een hartverwarmend verslag van een
ontmoeting tussen mensen uit verschillende culturen. Zij dachten elkaar te
kennen, maar ontdekten allebei telkens iets nieuws Jan Pronk (oud-minister van
Ontwikkelingssamenwerking)
|